|
Afgelopen 31 mei hadden Ronald Duin en ik (Meindert Brunia) het genoegen aanwezig te zijn bij de Henk Van Luijk lezing op Nyenrode. Deze jaarlijkse gastlezing over bedrijfsethiek - mede georganiseerd door MVO-Nederland! - werd ditmaal gegeven door Herman Wijffels.
Herman Wijjffels begon zijn inleiding met een historische beschouwing over het individueel ondernemerschap. Volgens hem is het atijd de bedoeling geweest dat het particuliere ondernemerschap mede ten goede komt aan maatschappelijke belangen; maatschappelijk toegevoegde waarde creeert in de zin van welvaart en welzijn. Hij verwijst onder mer naar de 'moral sentiments' van Adam Smith. Particulier ondernemerschap
(eigenbelang) is daarbij het middel dat wordt ingezet om een maatschappelijk doel te bereiken.
Wijffels stelt dat dit is goed gegaan tot zo'n twintig jaar geleden. Hij legt de omslag bij de val van de muur, toen het kapitalisme zijn natuurlijke concurrent het communisme kwijtraakte. Vooral in de USA ontstond toen een ongeremd 'Wallstreet' kapitalisme waarbij het accent eenzijdig uitging naar de aandeelhouderswaarde. Vooral de financiele discipline heeft hierbij een aantal zaken uit het verband gerukt. Hij noemt bijvoorbeeld het gelijkstellen van de waarde van de onderneming aan de contante waarde van de toekomstige kasstroom: een monetaire invalshoek die andere aspecten negeert. Hij noemt bijvoorbeeld de leverage waardoor ondernemingen slechts een minimum aan eigen vermogen hebben, waardoor ze erg kwetsbaar zijn geworden. Hij noemt bijvoorbeeld fair value accounting, waardoor nog meer toekomstige waarde naar het nu wordt geploegd. En hij noemt het bonusstelsel. In de ogen van Wijffels zijn managers door de aandeelhouders omgekocht om eenzijdig de aandeelhoudersbelangen te dienen. Het gevolg van dit alles is dat alleen kortetermijnbelangen er nog toe doen: alleen 'hier en nu', en niet 'daar en dan'. Uiteindelijk heeft dit geleid tot de kredietcrisis en tot een enorme erosie van het maatschappelijk vertrouwen.
Over MVO maakt Wijffels de grap dat een groot deel van de Nederlanders van het begrip duurzaam alleen de eerste vier letters begrijpt: een gevolg van een ongelukkige vertaling van sustainable (houdbaar?). In de ogen van Wijffels is er sprake van twee grote mismatches: overbelasting en onderbenutting. Van overbelasting is sprake op het terrein van natuur en ecologie. We moeten hier omschakelen van lineaire processen
(winning-productie-gebruik-afval) naar circulaire processen
(cradle-to-cradle) en van lineair denken (oorzaak-gevolg) naar circulair denken (de kip en het ei). Van onderbenutting is sprake in sociaal-organisatorisch opzicht. We maken te weinig gebruik van aanwezige denkkracht. De heersende macht (privaat en publiek!) wil vooral terug naar 'busisness as usual' en durft geen risico's te nemen.
Er zijn nog een paar stevige rampen nodig voor dat gaat veranderen.
Innovatie komt volgens Wijffels dan ook door bewegingen vanuit de basis.
Innovatie is volgens hem nodig op vijf terreinen: ecologisch, sociaal, technologisch, institutioneel en moreel.
Kant en klare oplossingen heeft natuurlijk ook Wijffels niet.
Integendeel, zijn verhaal is ook best somber. Maar toch een paar dingen die hij noemde en die ook voor ons als Symbiosenet aanknopingspunten bieden:
- het gaat steeds meer om zelforganisatie en zelfcreatie (wat willen we als Symbiosenet creëren?)
- intensiveren van relaties wordt steeds belangrijker (denk in dat verband aan horizontaal toezicht!)
- de Governance discussie moet worden verbreed naar Triple P Governance en er ligt een voortrekkersrol bij de Audit Commissies.
Uiteraard doe ik Herman Wijffels zwaar tekort met een zo summiere samenvatting van zijn inleiding, maar dit is wat ik er uit heb gepakt.
|